Alimentatie is een bijdrage in de kosten van levensonderhoud. In de wet staat dat er een onderhoudsplicht is voor echtgenoten en ex-echtgenoten  / ouders en kinderen.
Niet alleen echtgenoten zijn volgens de wet onderhoudsplichtig tegenover elkaar, maar ook ex-echtgenoten. De ene ex-echtgenoot moet in principe bijdragen in de kosten van levensonderhoud van de ander, als die ander niet in staat is om (helemaal) in het eigen levensonderhoud te voorzien. Op 1 juli 1994 zijn de wettelijke regels over de alimentatieplicht van ex-echtgenoten veranderd. Volgens die nieuwe 'Wet limitering alimentatie' duurt een alimentatieplicht tussen ex-echtgenoten, die op op of na 1 juli 1994 samen is afgesproken of door de rechter is vastgesteld, in principe maar twaalf jaar. De verplichting van ouders en kinderen houdt in dat ouders voor hun kinderen moeten zorgen tot zij 21 jaar zijn. Voor kinderen beneden de18 jaar moeten ouders de kosten van verzorgingen opvoeding betalen. Voor kinderen van 18, 19 en 20 jaar komen de kosten van levensonderhoud en studie voor rekening van de ouders. Voor een kind van 21 jaar of ouder hebben ouders alleen een financiële verplichting als het kind behoeftig is en daardoor niet voor zichzelf kan zorgen. Bijvoorbeeld als het kind geestelijk en/of lichamelijk is gehandicapt. Een zelfde financiële verplichting hebben kinderen voor hun ouders als hun ouders behoeftig zijn.
In deze brochure vindt u informatie over de onderhoudsplicht van ex-echtgenoten en van ouders voor hun kinderen tot 21 jaar.

Hier onder staan diverse links m.b.t. alimentatie. Als u wilt weten hoeveel u zou kunnen betalen, dan download de draagkrachtcalculator. Zie ook voor de wijzigingen en politieke discussies onder politiek.

Alimentatie indexering 2012 & indexeringen sinds 1973 De verhoging is van rechtswege :
Het indexeringspercentage wordt jaarlijks berekend aan de hand van de ontwikkeling van de indexcijfers van de CAO-lonen in de periode september-september. Bij de samenstelling van dit indexcijfer wordt behalve met de ontwikkeling van de salarissen in het bedrijfsleven, ook rekening gehouden met de ontwikkeling van de salarissen bij de overheid en met de ontwikkeling van de salarissen in andere sectoren. 
Financiele gevolgen echtscheiding op langere termijn Inkomens van huishoudens die verschillen in omvang en samenstelling, kunnen aan de hand van het begrip koopkracht met elkaar worden vergeleken. Onder koopkracht wordt het besteedbare huishoudensinkomen verstaan, waarin door middel van standaardisatie rekening wordt gehouden met de kosten die de verschillende huishoudens maken. De koopkracht wordt berekend door het besteedbare huishoudensinkomen te delen door een equivalentiefactor, met het eenpersoonshuishouden als standaard. Een huishouden dat bestaat uit twee meerderjarigen,
bijvoorbeeld, heeft 38 procent meer inkomen nodig om dezelfde koopkracht te bereiken dan een alleenstaande (Schiepers en Kickken, 1998).
Alimentatie Brochure van de overheid

Rapport Werkgroep Alimentatienormen Pagina 3 van 35 versie januari 2001

Alimentatienormen

Dit rapport bevat normen of richtlijnen, die bij de vaststelling van alimentatie kunnen worden gehanteerd. De werkgroep beveelt de toepassing van deze richtlijnen aan.

Alimentatie na scheiding

Bij de ontwikkeling van haar richtlijnen heeft de werkgroep voornamelijk het oog gehad op het vaststellen of wijzigen van alimentatie na echtscheiding of scheiding van tafel en bed. Het gaat daarbij om:
- een uitkering tot levensonderhoud van de gewezen echtgenoot, hierna ook aan te duiden als partneralimentatie (onder partneralimentatie wordt mede verstaan de bijdrage ten behoeve van de gewezen geregistreerde partner);
- een bijdrage van de niet-verzorgende ouder in de kosten van verzorging en opvoeding van zijn kind(eren), hierna ook aan te duiden als kinderalimentatie (onder kinderalimentatie wordt mede verstaan de bijdrage ten behoeve van al dan niet door de vader erkende natuurlijke kinderen).
De vaststelling van alimentatie in het kader van voorlopige voorzieningen geschiedt in principe aan de hand van dezelfde richtlijnen. In verband met het summiere karakter van de procedure zal echter vaak worden volstaan met een minder strikte toepassing.

Jongmeerderjarigen

Sinds de verlaging van de meerderjarigheidsgrens per 1 januari 1988 bestaat de verplichting aan ouders om te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van kinderen in de leeftijd van 18 tot 21 jaar. Met de term kosten van levensonderhoud en studie wordt in feite niets anders bedoeld dan de kosten van verzorging en opvoeding. Deze kinderen kunnen jegens hun ouders een zelfstandig recht op een bijdrage in die kosten geldend maken.

Bijstandsverhaal

Het spreekt vanzelf dat de aanbevelingen in dit rapport ook geschikt zijn voor toepassing op verhaal van bijstand als dit verhaal is gegrond op een onderhoudsverplichting. Overigens kan de verhaalsprocedure specifieke vragen opwerpen, bijvoorbeeld van bestuursrechtelijke aard, die buiten het bestek van dit rapport vallen.

2.2 Onderhoudsgerechtigde / rechthebbende

De gewezen partner en de jongmeerderjarige zijn terzake van hun onderhoudsaanspraken zowel onderhoudsgerechtigde als rechthebbende. Bij kinderalimentatie ligt dit anders: het kind is onderhoudsgerechtigde maar de verzorgende ouder of voogd is rechthebbende terzake van de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding. Bij de vaststelling van kinderalimentatie wordt rekening gehouden met eigen inkomsten c.q. draagkracht van de verzorgende ouder.

2.3 Wanneer alimentatie?

Wettelijke onderhoudsverplichtingen

De wet bepaalt wie gehouden zijn tot het verstrekken van levensonderhoud. Een verplichting kan voortvloeien uit een huwelijk of geregistreerd partnerschap (partneralimentatie) of uit bloed- of aanverwantschap of gezamenlijk gezag (kinderalimentatie,een bijdrage voor jongmeerderjarigen, enz.).

Behoeftigheid

Men is behoeftig indien men zelf niet in eigen onderhoud kan voorzien, dat wil zeggen indien men de nodige eigen middelen mist en die ook in redelijkheid niet kan verwerven. De verplichting van (stief)ouders jegens hun minderjarige en jongmeerderjarige (stief)kinderen bestaat onafhankelijk van de vraag of sprake is van behoeftigheid. Bij alle andere betrekkingen bestaat slechts een recht op alimentatie voor degene die behoeftig is.

2.4 Maatstaven
voor de bepaling van den omvang van de alimentatieverplichting

Wettelijke maatstaven

De wettelijke maatstaven voor de bepaling van het bedrag dat voor levensonderhoud verschuldigd is zijn de behoefte van de onderhoudsgerechtigde en de draagkracht van de onderhoudsplichtige. Bij partneralimentatie kunnen daarnaast niet financiële factoren een rol spelen. Deze blijven in het rapport onbesproken.

Behoefte en draagkracht

Deze begrippen staan in dit rapport centraal. Behoefte is uiteraard -ook bij kinderen- een voorwaarde voor vaststelling van alimentatie. Volgens vaste jurisprudentie kan niet worden uitgegaan van een absoluut behoeftebegrip: behoefte houdt niet op bij het bestaansminimum. Het bestaan en de omvang van de behoefte hangen af van de individuele omstandigheden en moeten van geval tot geval worden bepaald. Allerlei omstandigheden kunnen een rol spelen. Een concrete richtlijn geeft de werkgroep slechts ten aanzien van de kosten van minderjarige kinderen. Voor het overige blijft de nadere uitwerking van de behoeftebepaling in hoofdstuk 3 beperkt tot de bespreking van een aantal mogelijk relevante factoren. Ten aanzien van de draagkrachtbepaling is een stelsel van gedetailleerde aanbevelingen ontwikkeld. Na een uiteenzetting van de berekeningssystematiek in hoofdstuk 4 volgt een puntsgewijze bespreking aan de hand van rekenmodellen in hoofdstuk 6.

Maximum

De vast te stellen alimentatie mag natuurlijk niet uitgaan boven de behoefte en evenmin boven de draagkracht. De laagste van de twee vormt dus het maximum. De omstandigheden van partijen kunnen aanleiding geven de alimentatie lager dan dit maximum vast te stellen. De ‘confrontatie' van behoefte en draagkracht komt aan de orde in hoofdstuk 5.