Met onderstaand artikel hebben wij het meest te maken.

Art. 279

Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

In artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht is het onttrekken aan het gezag strafbaar gesteld. In beginsel wordt dit artikel gebruikt bij situaties waarbij de niet met het gezag belaste ouder zijn kind bij zich houdt en niet (of te laat) terugbrengt naar de met het gezag belaste ouder.  

Het artikel wordt ook gebruikt in situaties waarin beide ouders het gezag hebben en de niet verzorgende ouder (meestal de vader) zijn kind bij zich houdt en niet (of te laat) terugbrengt naar de verzorgende ouder (meestal de moeder). 
Er zijn uitspraken bekend waarbij een vader de kinderen één dag langer bij zich hield en daarvoor door justitie werd vervolgd en ook werd gestraft!

Zou je de zaak ook om kunnen draaien? Stel, een moeder werkt niet mee aan de omgangsregeling. Hierdoor wordt het kind aan het gezag van de vader onttrokken. Immers, hij is niet meer in staat het gezag over zijn kind uit te oefenen. Kan hij met succes een beroep doen op artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht?  

Je zou zeggen van wel, zeker als je kijkt naar de strekking van artikel 279. De strekking van deze bepaling is, om degenen die wettig gezag uitoefenen over een minderjarige, in staat te stellen hun taak te vervullen. Het is de bedoeling dat op die manier de minderjarige wordt beschermd. In praktijk blijkt echter dat een aangifte met een beroep op artikel 279 (in een situatie bij gezamenlijk gezag en een ouder die de omgangsregeling niet nakomt) niet leidt tot een vervolging.  

Recent heeft de Hoge Raad een interessante uitspraak gedaan (HR, 15 februari 2005, nummer 01198/04). In deze uitspraak is het onttrekken aan het gezag strafbaar gesteld. De Hoge Raad heeft onder andere het volgende overwogen:

  • ‘Degene die (mede) het gezag over een minderjarig kind uitoefent kan dit kind desondanks aan het gezag en/of het opzicht van een ander onttrekken, bijvoorbeeld door zich niet te houden aan een bij rechterlijke beslissing vastgestelde (voorlopige) omgangsregeling.’
  • In de toelichting op deze uitspraak is het volgende opmerkelijk:

  • ‘Het is interessant om te zien dat ouders die moeten ervaren dat de andere ouder in het kader van een omgangsregeling het kind niet (op tijd) terugbrengt een gehonoreerd beroep kunnen doen op de strafrechter. (…) ‘Boze vaders’ roepen al langer om het opnemen van strafrechtelijke antwoorden op het niet nakomen van de omgangsregeling. Als zij het kind opzettelijk onttrekken aan het gezag kunnen zij dus op grond van deze uitspraak door de strafrechter worden veroordeeld. Het zou wel eens de moeite waard kunnen zijn om via een rechtsgang te onderzoeken of deze vaders van hetzelfde artikel gebruik kunnen maken indien de andere ouder in strijd met een door de rechter opgelegde omgangsregeling handelt. Dan wordt immers door (meestal) de moeder het kind aan het gezag onttrokken.’ 
  • Gezien de inhoud van de laatste alinea lijkt er een taak te zijn weggelegd voor ouders die het gezag hebben en die te maken hebben met een ouder die geen medewerking verleent aan de omgangsregeling, namelijk: op grote schaal aangifte doen op grond van artikel 279 Wetboek van Strafrecht! 

    Hieronder staat hoe je aangifte kunt doen als de omgangsregeling niet naar behoren of helemaal niet werkt en wat je allemaal nodig hebt om aangifte te kunnen doen.
    Alle files zijn samengevoegd tot enkele pdf files die je kunt downloaden en printen. De files bevatten een stappenplan, de uitspraak uit 2005, de uitspraak van 5 februari 2009 en de klacht van de ombudsman.

    Stappenplan
    Uitspraak Hoge Raad 15 februari 2005
    Uitspraak Rechtbank Leeuwarden 5 februari 2009
    Klacht Nationale Ombudsman