In artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht is het onttrekken aan het gezag strafbaar gesteld. In beginsel wordt dit artikel gebruikt bij situaties waarbij de niet met het gezag belaste ouder zijn kind bij zich houdt en niet (of te laat) terugbrengt naar de met het gezag belaste ouder.
Het artikel wordt ook gebruikt in situaties waarin beide ouders het gezag hebben en de niet verzorgende ouder (meestal de vader) zijn kind bij zich houdt en niet (of te laat) terugbrengt naar de verzorgende ouder (meestal de moeder).
Er zijn uitspraken bekend waarbij een vader de kinderen één dag langer bij zich hield en daarvoor door justitie werd vervolgd en ook werd gestraft!
Zou je de zaak ook om kunnen draaien? Stel, een moeder werkt niet mee aan de omgangsregeling. Hierdoor wordt het kind aan het gezag van de vader onttrokken. Immers, hij is niet meer in staat het gezag over zijn kind uit te oefenen. Kan hij met succes een beroep doen op artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht?
Je zou zeggen van wel, zeker als je kijkt naar de strekking van artikel 279. De strekking van deze bepaling is, om degenen die wettig gezag uitoefenen over een minderjarige, in staat te stellen hun taak te vervullen. Het is de bedoeling dat op die manier de minderjarige wordt beschermd. In praktijk blijkt echter dat een aangifte met een beroep op artikel 279 (in een situatie bij gezamenlijk gezag en een ouder die de omgangsregeling niet nakomt) niet leidt tot een vervolging.
Recent heeft de Hoge Raad een interessante uitspraak gedaan (HR, 15 februari 2005, nummer 01198/04). In deze uitspraak is het onttrekken aan het gezag strafbaar gesteld. De Hoge Raad heeft onder andere het volgende overwogen:
‘Degene die (mede) het gezag over een minderjarig kind uitoefent kan dit kind desondanks aan het gezag en/of het opzicht van een ander onttrekken, bijvoorbeeld door zich niet te houden aan een bij rechterlijke beslissing vastgestelde (voorlopige) omgangsregeling.’
In de toelichting op deze uitspraak is het volgende opmerkelijk:
‘Het is interessant om te zien dat ouders die moeten ervaren dat de andere ouder in het kader van een omgangsregeling het kind niet (op tijd) terugbrengt een gehonoreerd beroep kunnen doen op de strafrechter. (…) ‘Boze vaders’ roepen al langer om het opnemen van strafrechtelijke antwoorden op het niet nakomen van de omgangsregeling. Als zij het kind opzettelijk onttrekken aan het gezag kunnen zij dus op grond van deze uitspraak door de strafrechter
worden veroordeeld.
Het zou wel eens de moeite waard kunnen zijn om via
een rechtsgang te onderzoeken of deze vaders van
hetzelfde artikel gebruik kunnen maken indien de andere ouder in strijd met een door de rechter opgelegde omgangsregeling handelt. Dan wordt immers door (meestal) de moeder het kind aan het gezag onttrokken.’
Gezien de inhoud van de laatste
alinea lijkt er een taak te zijn weggelegd voor ouders die het gezag hebben en
die te maken hebben met een ouder die geen medewerking verleent aan de
omgangsregeling, namelijk:
op grote schaal aangifte doen op grond van artikel
279 Wetboek van Strafrecht!
Hieronder de methode en de diverse stukken die u nodig zal hebben.
U neemt mee(pdf)
Uitspraak Hoge Raad(pdf)
Uitspraak
gerechtshof Amsterdam(pdf)
Uitspraak
Leeuwarden(veroordeling 279(pdf)